Het komt steeds vaker voor dat ondernemingen kiezen voor bedrijfsfitness aangezien het stimuleren van een gezonde levensstijl voor werknemers grote voordelen met zich mee kan brengen voor de werkgever. Ook voor het vestrekken van bedrijfsfitness is de werkgever gebonden aan wet- en regelgeving.
Onder bedrijfsfitness wordt verstaan de conditie- of krachttraining van werknemers die georganiseerd of geïnitieerd wordt door de werkgever en die plaatsvindt onder deskundig toezicht. De verstrekking of vergoeding van bedrijfsfitness is onbelast als voldaan is aan de volgende voorwaarden:
–
De deelname staat open voor 90% of meer van alle werknemers of voor 90%
of meer van alle werknemers met dezelfde
arbeidsplaats. Deze arbeidsplaats mag niet zijn gelegen in de woning
van een van deze werknemers.
– De bedrijfsfitness vindt plaats op een van de volgende drie plaatsen:
– in een vestiging van uw bedrijf of
instelling
– in een fitnesscentrum dat u voor al uw werknemers hebt aangewezen. In
dit geval mag u voor de organisatie
van de fitness een tussenpersoon
inschakelen. Het is
voldoende als u de fitnesslocatie aanwijst.
–
in vestigingen van één fitnessbedrijf waarmee u een overeenkomst hebt
gesloten. In dit geval is een contract
met een tussenpersoon niet voldoende. U
moet als
werkgever een overeenkomst sluiten met een
fitnessbedrijf: een bedrijf dat de
fitness zelf
verzorgt.
Als u meer dan een vestiging hebt, gelden de twee laatstgenoemde mogelijkheden per vestiging. U kunt dus per vestiging een fitnesscentrum aanwijzen of een overeenkomst sluiten met één fitnessbedrijf op grond waarvan uw werknemers kunnen fitnessen in elke vestiging van dat fitnessbedrijf.
Een vergoeding voor de fitness die niet aan deze voorwaarden voldoet, moet u behandelen volgens de algemene regels voor loon in geld. Een verstrekking van die fitness dient dan te worden gezien als loon in natura.
Terug naar het actualiteiten-overzicht